Over deze site

Frontaal leren, googelen en het safarimodel

Internetgebruik door leerlingen in de klas bij algemene vakken

 

Bart Van Bossuyt

 

18 augustus 2007

 

 

Het internet is een jungle met vele fascinerende fenomenen. Het is dé bron van didactisch verantwoorde media, maar in de ondergroei loeren ook gevaren voor wie zijn leerlingen onbezonnen blootstelt aan dit medium. In deze paper wil ik kort drie manieren van internetgebruik door leerlingen in de klas bij algemene vakken aansnijden. Ik heb het enkel over algemene vakken, internetgebruik door leerlingen én in de klas omdat enkel daar de leerkracht bepaalt hoe en of het internet als leerinstrument door de leerlingen wordt gebruikt. Ik wil het enkel ook hebben over lessen waar internetgebruik door leerlingen zinvol is, m.a.w. als het internet een multimediale verrijking biedt aan het lesonderwerp, bijvoorbeeld bij wetenschappelijke vakken en kunstvakken (voor taalvakken zou je bijvoorbeeld een virtuele excursie kunnen inbouwen, maar ik heb te weinig voeling met de didactiek, het multimediale aanbod en de doelstellingen van taalvakken om er zinvolle uitspraken over te doen).

 

Tussen de lianen door wil ik het ook hebben over twee terechte opmerkingen uit het kamp van de tegenstanders van onderwijsvernieuwing, waar het fout liep en wat we eraan kunnen doen.

 

 

Eerste mogelijke aanpak: Jungle – keep out

 

Ofwel: de frontale les (ofschoon er waardevolle internet-based media voor dit lesonderwerp voorhanden zijn). Géén jungle. Maar ook weinig leerlingactiviteit, geen zelfevaluatie en al helemaal geen differentiatie. De didactische mogelijkheden van het internet blijven onbelicht – een gemiste kans.

 

Tweede mogelijke aanpak: Jungle – enter at your own risk

 

Ofwel: het obligate uurtje googelen uit het leerplan. Zoek eens iets op en maak er een paper over. De leerling wordt na een korte briefing de jungle ingestuurd om daar het lesuur door te brengen. Dit is de ultieme rechtvaardiging door de leerkracht van de knip- en plakmentaliteit bij leerlingen.

 

Erg veel van de jungle krijgen de meeste leerlingen trouwens niet te zien: ze surfen bijna uitsluitend op Nederlandstalige sites, bijna uitsluitend op wat de eerste zoekpagina van wat Google oplevert, en bijna altijd grotendeels op Wikipedia.

 

Ook kan een weinig geleide zoekopdracht tot resultaten leiden die de gezapige rust van een open leercentrum abrupt verstoren. Een leerling die Googelt naar afbeeldingen van het Zocalo komt er bijvoorbeeld al gauw achter dat Spencer Tunick recentelijk het plein in kwestie met blote Mexicanen heeft bedekt. Waarna de leerling deze vondst uiteraard niet voor zich houdt…

 

Over de relevantie en betrouwbaarheid stellen de leerlingen zich nauwelijks vragen en ze hebben gelijk: hoe kunnen ze bij een eerste kennismaking met de leerstof al over de inhoudelijke expertise bezitten om een zorgvuldige selectie van het gebruikte bronnenmateriaal te maken? Deze manier van internetgebruik is zeer dor omdat er weinig bronnen worden gebruikt (lage informatiedichtheid).

 

Bovendien maakt deze aanpak geen gebruik van het internet als rijke multimediale bron. Het is om bij te grienen. Zonder begeleiding heeft de leerling geen idee waar hij moet kijken of wat er van hem verwacht wordt. We kunnen het erover eens zijn: dit is onderwijsverarming.

 

Kunnen we dan nergens het internet inzetten als leerinstrument tijdens de les?

 

Derde mogelijke aanpak: Jungle – safari tour starts here

 

Toch wel: met weblessen bijvoorbeeld. Dit zijn webpagina’s, een beetje vergelijkbaar met een werkboek, waar de leerling actief aan de slag gaat: hij observeert, onderzoekt en legt relaties tussen door de leerkracht geselecteerde internet-based media (video, animaties en applets, aanklikbare kaarten, Google Earth, sleepbare panoramische foto’s, games…). De leerling voert zelfstandig een aantal opdrachten uit. Bij elke opdracht voorziet de leerkracht zelf het bronmateriaal (net zoals hij een afbeelding, schema of kaart zou voorzien in een papieren werkbundel). Het feit dat de leerkracht de bronnen selecteert heeft zo zijn voordelen: de bronnen zijn betrouwbaar, ze zijn waar mogelijk multimediaal en niet louter tekstbronnen, en de leerling hoeft zelf geen tijd te verliezen met de selectie van bronmateriaal.

 

De leerlingactiviteit scheert hoge toppen. Hij evalueert zichzelf en wordt aangezet om zelf een synthese van de les te maken.Toch kan er nog van alles mislopen waardoor de leerkracht zijn greep op het vlotte verloop van de webles kan verliezen. Leerlingen die snel klaar zijn kunnen afdwalen van het zorgvuldig uitgestippelde traject. Andere leerlingen worden onzeker bij zoveel zelfstandigheid.

 

Enkele eenvoudige maatregelen voorkomen deze ongemakken:

 

       Bouw de webles in drie delen op: opdrachtenblokken, een deel zelfevaluatie en tenslotte een deel differentiatie. Stop in elk opdrachtenblok een duidelijk geformuleerde opdracht, bronnen en een ruimte voor antwoord, eals het enigszins kan interactief.

       Steek in het deel differentiatie (de link naar) je sleepbare panoramische foto’s over China, je filmpjes over de planeten of een game over kometen…

       Voorzie zelfevaluatie (met HotPotatoes bijvoorbeeld, je vindt er kant-en-klare op Klascement).

       Voorzie een ingevulde versie waar de leerlingen na of tijdens de les hun nota’s kunnen controleren.

       Gebruik systematisch dezelfde kleuren om verwachtingen te accentueren (in de officieuze kleurafspraken gebruiken we een textmarkerachtig blauw voor definities en een textmarkerachtig groen voor samenvattingen en besluiten).

       Geef zoveel mogelijk feedback bij opdrachten op de webpagina zelf.

 

Nog meer over deze werkwijze vind je hier. De leerling is heel het lesuur actief en zinvol aan de slag. Hij heeft zichzelf geëvalueerd en zelf kunnen kiezen welke media hij de laatste vijf minuten wou bekijken. Hij heeft ook gegevens over zijn eigen leefwereld en interesse kunnen opzoeken. Hij heeft kunnen observeren, hypotheses uitgetest en relaties onderzocht. Wanneer hij er niet uit raakte, kreeg hij ondersteuning van de webles zelf, van medeleerlingen en eventueel ook van de leraar. Net als op een safari voelde hij zich vrij maar ook veilig en geleid. Hij weet ook door het consequente kleurgebruik duidelijk wat er van hem verwacht wordt na de les: wat de te kennen definities zijn en welke vaardigheden hij moet inoefenen. De leerling bouwt gedurende dit lesuur een evenwichtige mix van kennis, vaardigheden en attitudes op.

Een alternatief is de virtuele excursie. Deze werkvorm vervangt natuurlijk de echte excursie niet, maar het laat leerlingen toe rond te neuzen op plaatsen waar ze anders nooit zouden raken. In Mexico-Stad, bijvoorbeeld.

 

Besluit

 

Het internet is een rijke bron van multimedia en een goede selectie, gekoppeld aan duidelijke opdrachten vormt de kern van een rijke leeromgeving. Via het internet kan je de leerlingen ook zichzelf laten evalueren en differentiëren naar tijd en interesse. Het principe is eenvoudig, de toepassing ervan in de praktijk is dat ook. De leerlingen zijn er erg tevreden over en werken hard maar ontspannen.

 

Als we een generatie jonge leerkrachten willen die op een zinvolle manier het internet laten gebruiken in de les, moeten we nu in de lerarenopleiding meer tijd besteden aan de didactiek van weblessen.

 

Hoog tijd dus dat didactici inzien dat een computer oneindig veel meer is dan een machine om powerpoints mee te projecteren.

Advertenties

Een Reactie op “Over deze site

  1. Pingback: Brains van Young Potentials als Laura Dekkers. Meisjes en jongens, kijk in jouw puberende brein! Snel naar www.kijkinjebrein.nl! « The Sausage Machine

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s